[Reinier & Benjamin Arrenberg] - Rotterdamsche Courant No. 285 t/m 309 [Slavernij]

€180,00
Beschikbaarheid: Op voorraad (1)
Levertijd: 1-3 dagen

[Reinier & Benjamin Arrenberg] - Rotterdamsche Courant No. 285 t/m 309 [Slavernij] - Rotterdam - bij Arrenberg & Van Reyn - 1855 - 1e druk - 25 delen - [ca. 100] pp - Vouwbladen - 27,5 x 43 cm.

Conditie: Goede set - Beschermd in afneembare plastic hoes.

Antiquarische krant uit het midden van de 19e eeuw met buitenlands en binnenlands nieuws, politiek, zeetijdingen, informatie over schepen in de haven, verkochte woningen, geboorteberichten, overlijdensadvertenties, beursberichten en wisselkoersen.

De Rotterdamsche Courant (niet de NRC) bestond tussen 1738 en 1867. Dit is de complete maand DECEMBER 1855 (op zondag en tweede kerstdag verscheen geen aflevering). De voorpagina's staan in het teken van de laatste fase van de Krimoorlog (1853-1856) en Florence Nightingale maar de kranten bevatten ondanks het extreem objectieve karakter van de verslaggeving ook vermakelijke 'ingezonden brieven' (bijvoorbeeld tegen "fake news" over een brand in Klaaswaal) en uitslagen van de STAATSLOTERIJ.

Voorts berichten over het Franse vreemdelingenlegioen, reclame voor een brochure van ene "Dr. Leo" met bewijs dat Marten Luther nooit heeft bestaan, prinses Victoria en de waaier van Marie Antoinette, de gele koorts in Suriname en Curacao, de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij, Indianen in Amerika en de oudste man ter wereld aldaar (Elyah Denny, die op 10 september 118 jaar oud werd). Ergens duikt ook nog de oom van Vincent (J. van Gogh, luitenant ter Zee 1e klasse) op en in het laatste nummer van het jaar drukte men de Nederlandse vertaling van een anoniem Frans pamflet af dat in wezen een pleidooi voor de toekomstige E.U. is ('Een Staatsman', 'De noodzakelijkheid van een congres tot bevrediging van Europa').

Het belangrijkst is echter het Bijblad van 3 december, bevattende de notulen van de zitting van de Tweede Kamer van 29 november, over het vraagstuk der SLAVEN:
Kamervragen worden gesteld over suikerplantage 'Catharina Sophia' die staatsbezit is. De heer Van Bosse stelt voor om slaven die eigendom zijn van de Regering alvast te 'emanciperen' zoals reeds in 1849 werd geopperd. De heer Van Lynden zegt dat we achterlopen op landen als Frankrijk, Engeland en zelfs Egypte. Hij stipt ook aan dat er jaarlijks 302 afstraffingen ("dus bijna dagelijks eene") plaatsvinden op het piket van Justitie, naast de huiselijke straffen door de slaven te ondergaan. Hij "wenscht dat die schandtooneelen ophouden."

De minister van Kolonien [Charles F. Pahud (1803-1973)] erkent dat het getal der afstraffingen groot is, MAAR "het is toch minder dan vroeger" en gevluchte slaven worden niet meer, zoals voorheen, opgespoord. Dat laatste moet men de slaven overigens "niet bekend stellen, daar zij alsdan te meer zouden ontvlugten".

Uiteindelijk wordt een motie van Thorbecke aangenomen dat het de wens van de Kamer is om slaven te gaan beschermen tegen 'de geeselpaal', in afwachting van de definitieve 'emancipatie' (pas op 1 juli 1873, 'Ketikoti', werd de slavernij in Suriname afgeschaft). Maar de stemming is niet unaniem. Tussen de lijst namen van tegenstemmers vinden we Jacob van Lennep (1802-1868); de man die later Multatuli het auteursrecht van 'Max Havelaar' ontfutselde.

0 sterren op basis van 0 beoordelingen